Christmas presents

To read Antoine Demey's letter open Contact 119, page 90
Reaction to Antoine Demey’s letter (Contact 119)

Click here for Dutch

Dear Antoine,
My eyes grew wider and wider as I read your letter in “Volle gas” about having a half day’s leave on 24.12 and a complete day off on 31.12 for MSFBrussels and there being no Christmas presents for people operating at field level.

Allow me to present myself: Mireille Schaekers, a nurse, who worked for five and a half years with MSF between 1994 and 2000, carrying out all kinds of assignments. When reading this answer to your letter you have to bear in mind that I am a member of another or older generation than yours. But…

When I was on a mission, I would celebrate almost every Christmas and New Year “in foreign parts”. I received a Christmas present on two occasions. Once it was a family-size jar of Nutella, and another time it was a bottle of wine. If you were lucky the jar of chocolate paste or the bottle of wine would be sent to you as well rather than being stuck at headquarters. We even had a sort of Christmas tree one time. There were pine trees standing in a field that was earmarked for a cholera camp, and we, in each home, were issued with a branch. Just like that, as a surprise! The surprise was all the more welcome as we had no idea at all what was being prepared for us.

We live in a democracy and MSF is a democratic institution. You can therefore speak your mind from time to time and have a discussion about things. However, a society also has limits and moral values, however closely-knit it is or otherwise.

That is why I find your letter in “Volle Gas” so sad: you ask for a present, then make an unjustified observation. I was taught, you, too, probably, that this is really impolite.

Your letter also makes me angry because you take it for granted that MSF-Brussels does not have one and a half days off for the festive season. You spent three months working at headquarters. Were you sitting on your hands there? So you realise that people work hard there although you do not feel this at field level.

Your letter coincides with your being away on a mission then, in one of the world’s poorest countries: Southern Sudan. Take a look outside and see how many people have electricity and running water, and a decent roof above their heads, an education, enough to eat every day, easy access to healthcare,… One of the great things about the organisation is MSF’s determination to be and remain in close contact with the people for whom and with whom we work together. In any case, you are in a better position than the local people. Do you have to stand out any more than you already do?

I joined the ranks of MSF to undertake a mission, to help people without anything really tangible waiting for me when I got back home, as the wage packet was completely different to now (60% of your gross salary in Belgium), sometimes not being entitled to unemployment benefits, missions were sometimes not counted as seniority,…

What I did receive, though, is irreplaceable: it dawned on me just how privileged we are. I only really learned my profession in the field through working together with other people in more difficult situations. You learn to fend for yourself, thinkabout all kinds of circumstances from which you have to extricate yourself and be flexible.

Dear Antoine, let this be my New Year’s wish for you: the realisation that dawns on you, in the final analysis, not during the mission but later on - and that has no comparison at all with a jar of Nutella.

© Stéphane Heymans

Beste Antoine,
Ik heb met toenemende verbazing je brief in “Volle gas” gelezen over een halve dag vrij op 24.12 en een volledige dag vrij op 31.12 voor AZG-Brussel, en over het ontbreken van kerstcadeautjes voor de mensen op het terrein.

Sta me toe mezelf even voor te stellen: Mireille Schaekers, verpleegkundige, werkte tussen 1994 en 2000 in totaal vijf en een half jaar voor AZG en ging op allerlei missies. Dit antwoord op jouw brief zal dus ook enigzins gekleurd zijn door het feit dat ik van een andere of oudere generatie ben dan die van jou. Maar…

Toen ik op missie was, heb ik bijna elke keer Kerstmis en Nieuwjaar “op den vreemde” gevierd. Twee keer heb ik een kerstcadeautje gekregen. Eén keer ging het om een gezinspot Nutella, een andere keer om een fles wijn. Met een beetje geluk bleven die pot choco of die fles wijn niet in de hoofdstad staan maar kwam die ook effectief bij jou terecht. Eenmaal kregen we zelfs een ‘pseudokerstboom’. Er stonden naaldbomen op een veld dat voorbestemd was om een cholerakamp te worden en daarvan kregen wij, in elk huis, een tak. Zomaar, als verrassing! En aangezien dit alles voor ons zo volstrekt onaangekondigd uit de lucht kwam vallen, was de verrassing des te groter.

We leven in een democratie en AZG is een democratische instelling. Er kan dus al eens iets gezegd worden en er kan over gediscussieerd worden. Maar er zijn ook grenzen en morele waarden in een samenleving, hoe los of hecht hun verband ook moge zijn.

Daarom maakte je brief in “Volle Gas” me zo triest: je vraagt een geschenk en je maakt een onterechte opmerking. Ik - en jij wellicht ook - heb geleerd dat dat erg onbeleefd is.

Je brief maakt mij ook boos omdat je het als vanzelfsprekend vindt dat AZG-Brussel totaal géén anderhalve dag vrij krijgt tijdens de feestperiode. Je was 3 maanden aan het werk op de hoofdzetel. Heb jij daar soms stilgezeten? Je zou dus moeten weten dat er daar hard gewerkt wordt, ook al voel je dat op het terrein niet zo aan.

Je bent op missie, ten tijde van je brief dan toch, in één van de armste landen ter wereld: Zuid-Sudan. Kijk eens om je heen: hoeveel mensen hebben er elektriciteit, stromend water, een degelijk dak boven hun hoofd, scholing, elke dag voldoende eten, een goede toegang tot gezondheidszorg,…

Eén van de mooie dingen aan de organisatie is het feit dat AZG in de nabijheid wil zijn en blijven van de mensen voor wie ze zich inzet en met wie ze samenwerkt. Je zit sowieso al in een betere positie dan de lokale bevolking. Moet je het bestaande onderscheid dan nóg groter maken dan het nu al is?

Als AZG-medewerkers kozen we ervoor op missie te gaan en mensen te helpen zonder dat er daarvoor bij je thuiskomst veel tastbaars op je staat te wachten. De verloning was immers totaal anders dan nu (60% van je brutoloon in België), soms geen recht op een werkloosheidsvergoeding, missies werden soms niet aangerekend als anciënniteit,…

Maar ik heb iets meegekregen dat onvervangbaar is: het besef dat wij bevoorrechte mensen zijn. Ik heb mijn vak pas echt geleerd op het terrein, door met andere mensen, in minder evidente situaties, samen te werken. Je leert je uit de slag trekken, nadenken over allerlei situaties waar uit je je moet redden en je leert flexibel te zijn.

Beste Antoine, laat dit voor jou mijn nieuwjaarswens zijn: het uiteindelijke besef dat je na je missie krijgt en waar geen Nutella-pot aan kan tippen.

By: Mireille Schaekers